VOL VCA proefexamen
Test je kennis voor het VOL VCA-examen (Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden VCA) met 12 vragen uit onze online VCA cursus. Kies een antwoord en klik op Nakijken: je ziet meteen of het goed is en waarom.
Een korte oefenset, geen echt examen
Het echte VOL VCA-examen heeft 60 vragen en je hebt er 60 minuten voor. Je bent geslaagd als je minstens 39 vragen goed hebt. Hier oefen je met 12 vragen, zonder tijdslimiet.
De vragen komen uit de proefexamens van onze online VCA cursus. Elke vraag gaat over een ander hoofdstuk van de examenstof. Wil je dezelfde norm halen als op het echte examen, dan heb je hier 8 van de 12 vragen goed nodig.
12 vragen over het VOL VCA-examen
Kies bij elke vraag één antwoord en klik op Nakijken. Je kunt je antwoord daarna niet meer veranderen.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is C: Bij VCA** worden bovenop VCA* ook de veiligheidsstructuren en -systemen van het bedrijf beoordeeld.
Uitleg: VCA* kijkt naar de directe zorg voor veiligheid, gezondheid en milieu bij het werk op de werkvloer. VCA** beoordeelt daarnaast ook de veiligheidsstructuren en -systemen van het bedrijf. VCA** is dus uitgebreider en niet alleen bedoeld voor de petrochemie.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is B: Niet willen.
Uitleg: De medewerker kent de regels en kan het harnas gebruiken, maar kiest er bewust voor om het niet te dragen. Dan is de oorzaak niet willen. Als leidinggevende spreek je hem daarop aan.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is C: Door de kans dat een gevaar een ongeval veroorzaakt en de omvang van de schade.
Uitleg: Risico is kans maal effect. De kans is hoe waarschijnlijk het is dat een gevaar tot een ongeval leidt; het effect is hoe groot de schade dan is. Hoe groter de kans en hoe erger de gevolgen, hoe groter het risico.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is B: Een eenduidig pictogram met zo weinig mogelijk tekst.
Uitleg: Veiligheidsborden moeten eenduidig zijn en door iedereen begrepen worden. Daarom gebruik je bij voorkeur een pictogram met zo weinig mogelijk tekst. Zo begrijpen ook anderstalige medewerkers wat het bord betekent.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is C: Schoenen met een versterkte neus en een versterkte zool.
Uitleg: In de bouw zijn veiligheidsschoenen met een versterkte neus en een versterkte zool verplicht. De neus beschermt je tenen tegen vallende voorwerpen en de zool beschermt tegen scherpe dingen, zoals spijkers.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is B: Het contragewicht mag nooit worden verzwaard.
Uitleg: Het contragewicht van een vorkheftruck mag je nooit verzwaren, ook niet met een persoon. Komt de achterkant omhoog, dan is de last te zwaar voor deze truck. Maak de last lichter of gebruik een truck die de last wel aankan.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is A: Bekneld raken tussen de balk en het platform.
Uitleg: Beknelling tussen een object en het platform is een bekend gevaar bij hoogwerkers. Onder een balk of plafond is die kans groot. Let daarom bij het bedienen steeds op de ruimte boven en naast het platform.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is A: Aantasting van de hersenen.
Uitleg: Organische oplosmiddelen geven op korte termijn hoofdpijn. Wie er jarenlang mee werkt zonder goede ventilatie, kan op lange termijn blijvende schade aan de hersenen krijgen. Goede ventilatie of afzuiging helpt dit te voorkomen.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is A: Maximaal 50 V wisselspanning en 120 V gelijkspanning.
Uitleg: Als richtlijn voor een veilige spanning geldt maximaal 50 volt wisselspanning of 120 volt gelijkspanning. Gelijkspanning is over het algemeen minder gevaarlijk dan wisselspanning. De gewone netspanning van 230 volt is dus niet veilig.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is C: Het sluit de zuurstoftoevoer bij de brandhaard af en koelt af.
Uitleg: Schuim legt een laag over de brandhaard. Die laag sluit de toevoer van zuurstof af, en omdat schuim water bevat, koelt het ook af.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is A: De oorzaken achterhalen en voorstellen doen om vergelijkbare ongevallen te voorkomen.
Uitleg: Bij een ongevallenonderzoek zoek je naar de oorzaken, niet naar een schuldige. Met wat je leert, doe je voorstellen om te voorkomen dat een vergelijkbaar ongeval nog eens gebeurt.
-
Kies eerst een antwoord.
Het goede antwoord is B: Hoe het alarm klinkt en welke vluchtwegen er zijn.
Uitleg: Een tijdelijke medewerker moet in een noodsituatie meteen goed kunnen handelen. Daarom hoort hij bij aankomst hoe het alarm klinkt en welke vluchtwegen er zijn. Ongevalscijfers of een jaarplan helpen hem in een noodsituatie niet.
Op het echte VOL VCA-examen heb je minstens 39 van de 60 vragen goed nodig.